(Jonge) kinderen met Prader-Willi syndroom hebben een gestoorde temperatuurhuishouding en daardoor vaak moeite om hun temperatuur op peil te houden. Ze lopen daardoor kans op onderkoeling, maar raken ook snel oververhit.

Daarnaast hebben kinderen in tegenstelling tot de overmatige eetlust meestal weinig dorst en drinken ze weinig uit zichzelf. Zij zijn minder gevoelig voor dorstprikkels. Vooral bij warm weer ontstaat hierdoor kans op uitdroging.

Het is daarom belangrijk om op warme dagen kinderen regelmatig drinken aan te bieden en volwassenen er op te wijzen vaker te drinken.